Contact | Disclaimer    
1. Bestuurstaken
Het bestuur is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding binnen de vennootschap. Deze bestuurstaak is een gezamenlijke aangelegenheid van alle bestuurders. Iedere bestuurder is verplicht zijn taak behoorlijk te vervullen. Hetgeen inhoudt dat de bestuurder nauwgezet, gewetensvol en in het belang van de onderneming moet handelen. Vervult hij zijn taak onbehoorlijk, dan loopt hij het risico door de vennootschap zelf te worden aangesproken voor de schade ten gevolge van zijn onbehoorlijke handelen.

Bestuurders, commissarissen en soms zelfs aandeelhouders kunnen te maken krijgen met verschillende soorten aansprakelijkheid in ieders hoedanigheid. In dit artikel zal nader worden ingegaan op de interne en externe bestuurdersaansprakelijkheid.

2. Interne aansprakelijkheid

2.1 Aansprakelijkheid jegens de vennootschap
De interne bestuurdersaansprakelijkheid is geregeld in artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien een bestuurder zijn taak onbehoorlijk vervult, is het gehele bestuur aansprakelijk, tenzij een bestuurder kan aantonen dat de tekortkoming een aangelegenheid betreft die niet tot zijn werkkring behoort, de tekortkoming niet aan hem is te wijten en hij bovendien niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden.

Er zijn twee voorwaarden waaraan moet worden voldaan wil er sprake zijn van een interne aansprakelijkheid.

1. Ernstig verwijt
Voor deze aansprakelijkheid is vereist dat de bestuurder een ernstig verwijt van onbehoorlijk bestuur kan worden gemaakt. Een ernstig verwijt impliceert een “anders handelen” dan in gegeven taak van de bestuurder had behoren te handelen. Kortom, een bestuurder heeft zijn taak niet vervuld op de wijze waarop een redelijk bekwame en redelijk handelende functionaris die taak in de gegeven omstandigheden had behoren te vervullen. Dit is geheel afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

2. Handelen in strijd met wettelijke of statutaire regels die de vennootschap beogen te beschermen.

2.2 Aansprakelijkheid jegens de aandeelhouder
In een recente uitspraak oordeelde de Hoge Raad dat een bestuurder ook jegens de aandeelhouders aansprakelijk kan zijn. Een aandeelhouder die schade lijdt doordat een derde (bestuurder) schade aan de vennootschap toebrengt met als gevolg een waardevermindering van de aandelen, kan in beginsel zijn indirecte schade niet van de derde (bestuurder) vorderen. Echter, er is een uitzondering op deze regel, namelijk wanneer de bestuurder een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens de aandeelhouder heeft geschonden, komt de indirecte schade wel in aanmerking voor vergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad.

3. Externe aansprakelijkheid
Naast de interne aansprakelijkheid komt het ook vaak voor dat een derde, zoals een schuldeiser, een afnemer of een leverancier of de fiscus een bestuurder aansprakelijk stelt. De meest belangrijke zijn de volgende.

3.1 Onrechtmatige daad
Deze aansprakelijkheid is geregeld in artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Van belang bij de persoonlijke aansprakelijkheid uit hoofde van de onrechtmatige daad is dat een bestuurder rechtstreeks onzorgvuldig heeft gehandeld tegenover de persoon die schade lijdt en hem een “voldoende ernstig persoonlijk verwijt” kan worden gemaakt. Voorbeelden van deze vorm van aansprakelijkheid zijn:
• indien een bestuurder die namens de vennootschap een verplichting aangaat, terwijl hij weet of redelijkerwijs had moeten weten dat de vennootschap deze verplichting niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden. De bestuurder kan dan persoonlijk aansprakelijk zijn tegenover de individuele crediteur of als een bestuurder betalingsonwil toont of selectieve betalingen verricht;
• indien een bestuurder de vennootschap ertoe beweegt om een door de vennootschap aangegane overeenkomst niet na te komen, kan de bestuurder ook persoonlijk aansprakelijk zijn. De bestuurder pleegt willens en wetens een wanprestatie. Hiervan is tevens sprake indien een bestuurder nalaat te handelen, terwijl de vennootschap een wanprestatie pleegt. Nalaten kan ook leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder;
• indien een bestuurder betalingsonwil toont of selectieve betalingen verricht.

3.2 Aansprakelijkheid bij faillissement (2:138/248 BW)
In geval van faillissement van de vennootschap is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort wanneer het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Laat de bestuurder na om zijn boekhoudplicht na te komen of de jaarrekening tijdig te publiceren dan wordt vermoed dat er sprake is van kennelijk onredelijk bestuur en dat dit een oorzaak van het faillissement is.

De curator zal namens de crediteuren een vordering instellen. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is sprake bij ernstig onverantwoordelijk, onbezonnen of roekeloos handelen. Het gaat hier om een andere norm dan bij artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De curator kan slechts een vordering instellen op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Decharge van een bestuurder staat het instellen van deze vordering niet in de weg.

Degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, kan aansprakelijk worden gesteld als ware hij bestuurder. Beleidsbepaler kan bijvoorbeeld zijn een aandeelhouder die zich dominant in de vennootschap gedraagt en de feitelijke bestuurders door zijn handelen opzij zet. Afhankelijk van de omstandigheden zal een beleidsbepaler worden aangemerkt als bestuurder. De kans dat een beleidsbepaler aansprakelijk kan worden gehouden voor het faillissement is groter indien hij/zij zich langdurig en intensief met het beleid van de vennootschap heeft bemoeid.

3.3 Misleidende voorstelling van zaken
Indien in de jaarrekening, het jaarverslag en/of de tussentijdse cijfers, voor zover deze bekend zijn gemaakt, een misleidende voorstelling van de vennootschap wordt weergegeven, zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de geleden schade van derden. Hiervan is sprake indien de jaarrekening niet getrouw, onduidelijk en niet stelselmatig is opgesteld. Een bestuurder is niet aansprakelijk indien hij kan bewijzen dat het niet aan hem is te wijten, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Deze aansprakelijkheid geldt ook ten aanzien van aandeelhouders die schade lijden door deze misleidende voorstelling in voornoemde stukken.

Commissarissen zijn enkel hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot een misleidende voorstelling van de jaarrekening.

3.4 Aansprakelijkheid voor bepaalde premie- en belastingschulden
Krachtens de Tweede Misbruikwet zijn bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor bepaalde premie- en belastingschulden van de vennootschap, indien de vennootschap met betaling in gebreke is en aannemelijk is dat de niet-betaling aan een bestuurder te wijten is als gevolg van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Dit zal het geval zijn indien niet behoorlijk de bedrijfs- en loonadministratie wordt bij gehouden en indien bestuurders bewust informatie achterwege houden voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en Raad van Commissarissen.

Deze aansprakelijkheid kan intreden als er nog geen sprake is van een faillissement.
Wederom geldt dat deze vordering enkel kan worden ingesteld op grond van onbehoorlijk bestuur in de afgelopen drie jaren. Voorts geldt ook in deze wet dat degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald aansprakelijk kan worden gesteld als ware hij bestuurder.

4. Conclusie
Voorwaarde voor zowel de interne als de externe bestuurdersaansprakelijkheid is dat het bestuur een ernstig verwijt respectievelijk een voldoende ernstig persoonlijk verwijt gemaakt moet kunnen worden voor het gevoerde beleid. Naast de verantwoordelijkheid voor de specifieke bestuurstaak is iedere bestuurder ook verantwoordelijk voor het totale bestuursbeleid. Slechts indien de bestuurder kan aantonen dat hem ter zake geen verwijt treft, kan hij zich onttrekken aan zijn aansprakelijkheid.


Mariëtte is in 2006 afgestudeerd aan de Universiteit Leiden. Mariëtte is als advocaat werkzaam bij Pellicaan Advocaten binnen de sectie ondernemingsrecht en houdt zich voornamelijk bezig met het algemeen verbintenissen-, ondernemings- en vennootschapsrecht, waaronder fusies en overnames, huurrecht bedrijfsruimte en procesrecht.

Bedrijf: Pellicaan Advocaten Amsterdam
Telefoon: (020) 20 60 655
E-mail:
Bestuurdersaansprakelijkheid
Interne en externe aansprakelijkheid
Bankkrediet
Opzegbaarheid van bankkrediet
Duurovereenkomst/Zakelijke samenwerking
De spelregels voor beëindiging
Wettelijk spamverbod
Per 1 oktober 2009