Contact | Disclaimer    
1. Inleiding

Wanneer een werkgever een ontslagvergunning heeft verkregen van het CWI mag hij de arbeidsovereenkomst met een werknemer opzeggen zonder dat een vergoeding moet worden betaald aan de werknemer. De werkgever is hierbij alleen verplicht de juiste opzegtermijn in acht te nemen. Maar, is daarmee de kous af? Of zijn er nog andere opties voor de werknemer om toch een vergoeding af te dwingen?

Deze mogelijkheid is er voor de werknemer. Nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, kan hij binnen zes maanden een kennelijk onredelijk ontslagprocedure starten waarin hij alsnog aanspraak maakt op een vergoeding. Hiertoe moet de werknemer wel aantonen dat het ontslag daadwerkelijk kennelijk onredelijk is hetgeen betekent dat de onredelijkheid van het ontslag voor een ieder duidelijk moet zijn. Hiernaast zal de werknemer de vergoeding, waar hij aanspraak op maakt, nader moeten onderbouwen.

2. Kennelijk onredelijk ontslag

Wanneer is er nu sprake van een kennelijk onredelijk ontslag? Hiervan zal sprake zijn wanneer de gevolgen van het ontslag voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang dat de werkgever bij de opzegging had. Om deze afweging te kunnen maken zal de rechter alle relevante omstandigheden van het geval, ten tijde van het ontslag, in onderlinge samenhang in aanmerking moeten nemen. Relevante factoren hierbij zijn onder meer de leeftijd van de werknemer, zijn arbeidsmarktpositie en de duur van het dienstverband. Maar, ook van groot belang is welke voorzieningen de werkgever heeft getroffen voor de werknemer. Dus, met andere woorden, het feit of er een vergoeding is toegekend is een factor die meespeelt in deze afweging.

3. Vergoeding

Wanneer de rechter oordeelt dat er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, dan moet de rechter ook een schadevergoeding toekennen. De wet geeft echter niet aan op welke wijze deze vergoeding moet worden vastgesteld.

Bij een ontbindingsprocedure wordt de kantonrechtersformule gehanteerd. Deze formule ziet echter niet op de kennelijk onredelijk ontslagprocedure. In de praktijk wordt vaak in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure door de werknemer wel aanspraak gemaakt op een vergoeding conform de kantonrechtersformule, maar blijkens de jurisprudentie past de ene rechter deze formule wel toe en de andere niet. Er is dan ook geen duidelijk beleid bij de rechterlijke macht.

Het Gerechtshof Den Haag heeft nu aan deze situatie een eind willen maken. In een aantal recente arresten (14 oktober 2008) heeft het Hof Den Haag een handvat gegeven op basis waarvan de kennelijke onredelijkheid kan worden vastgesteld en de vergoeding kan worden bepaald.

4. De formule volgens het Hof Den Haag

Het Hof heeft overwogen dat de verschillende benaderingswijzen van kantonrechters en hoven vanuit het oogpunt van rechtszekerheid ongewenst zijn. Immers, eenzelfde zaak wordt momenteel bij de ene rechter niet als kennelijk onredelijk beoordeeld en bij de andere rechter wel. Evenzo wordt eenzelfde kwestie vervolgens bij de ene rechter ‘beloond’ met een vergoeding conform de kantonrechtersformule, waar dezelfde kwestie bij een andere rechter wordt afgedaan met een marginale vergoeding.

In de arresten van 14 oktober 2008 heeft Het Hof nu aangegeven dat een opzegging in beginsel reeds kennelijk onredelijk is wanneer er geen vergoeding is toegekend zoals hieronder staat weergegeven.

De vergoeding die volgens het Hof in ieder geval moet worden betaald, om het ontslag niet kennelijk onredelijk te laten zijn, is gebaseerd op de kantonrechtersformule, maar met een duidelijke nuancering.

De nuancering wordt gevonden in een vermindering van 30% van de vergoeding die, wanneer zou zijn ontbonden, conform de kantonrechtersformule zou zijn toegekend, met een minimum vermindering van één bruto maandsalaris.

Door deze vermindering van de vergoeding, waarbij de kantonrechtersformule als uitgangspunt dient, wordt rekening gehouden met het feit dat er in deze situaties wel een opzegtermijn is gehanteerd waar dat in ontbindingsprocedures niet het geval is.

5. Kantonrechtersformule

Het Hof heeft derhalve, voor het vaststellen van de kennelijke onredelijkheid, aansluiting gezocht bij de kantonrechtersformule met alle daaraan verbonden aspecten. De toetsing zal hierdoor anders worden dan nu gangbaar is. De bevoegde rechter zal zich moeten afvragen wat de vergoeding zou zijn geweest wanneer de werkgever om ontbinding zou hebben verzocht in plaats van de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Hier zullen alle omstandigheden van het geval gewogen moeten worden en zal de uiteindelijk vergoeding door middel van de correctiefactor worden vastgesteld.

De ingezette koers door het Hof betekent dan ook niet dat er sowieso recht bestaat op een vergoeding bij ontslag. Immers, ook niet iedere ontbindingsprocedure leidt tot het toekennen van een vergoeding. Maar, het is aannemelijk dat een vergoeding van 70% van de kantonrechtersformule eerder norm dan uitzondering zal worden.

6. Concluderend

De ingezette koers door het Hof Den Haag geeft een goed houvast voor werknemers om een kennelijk onredelijk ontslagprocedure te starten. Immers, er is meer duidelijkheid wanneer een opzegging kennelijk onredelijk is en welke vergoeding kan worden geclaimd. Voor de werkgevers geeft het duidelijkheid over de risico’s die deze procedure met zich meebrengt.

Doordat de reikwijdte van het begrip ‘kennelijk onredelijk’ nu nader is ingevuld en makkelijker onderbouwd kan worden, lijkt het erop dat een ontslag, volgens het Hof Den Haag, tegenwoordig altijd gepaard dient te gaan met een vergoeding. Dit tenzij er echt niet betaald kan worden op bedrijfseconomische gronden of de werknemer een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

De vraag is dan ook of het voor werkgevers niet verstandig is de arbeidsovereenkomst altijd te ontbinden of, bij opzegging van de arbeidsovereenkomst, een vergoeding aan te bieden. Immers, dan weet je waar je aan toe bent en zijn de boeken ook sneller weer op orde. Dit kan raadzaam zijn, maar zal afhangen van alle omstandigheden.

Vanuit strategisch oogpunt kan het verstandiger zijn de werknemer een kennelijk onredelijk ontslag procedure te laten starten. Hiernaast kan het een overweging zijn dat tegen een vonnis in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure hoger beroep open staat waar tegen een beschikking in een ontbindingsprocedure deze mogelijkheid niet aanwezig is.

De te nemen route is dan ook van meerdere factoren afhankelijk en, gelet op de juridische praktijk, is goed advies hierin, reeds op een moment dat dit advies verschil kan maken, zeker geen overbodige luxe. Dit geldt te meer nu de Hoge Raad en de andere Gerechtshoven zich nog niet hebben uitgelaten over deze wijze van vaststelling van de vergoeding waardoor, nog altijd, meerdere wegen zijn te bewandelen.
Ontslag op staande voet
Hoe toetst de rechter een ontslag op staande voet?
Ontbindingsprocedure
Arbeidsovereenkomst
CWI Procedure
Ontslagvergunning
Kennelijk onredelijk ontslag
Welke vergoeding?
Ontslag op staande voet wegens diefstal
Is ontslag bij diefstal en verduistering altijd gerechtvaardigd?